Palazzo Pubblico


The Siena Duomo

The Mosaic floor and the Porta del Cielo

Libreria Piccolomini

The cript

Ospedale Santa Maria della Scala


Palazzo Piccolomini | Archivio di Stato di Siena


Basilica dei Servi


Some of the best Restaurants in Siena 


Food shopping addresses in Siena


L’Orto de’Pecci


The Palio


Foundation of Siena


Sienese School of Painting


Fonti di Siena


Urban Trekking in Siena

 

The Siena area


Album Palio di Siena


Video Palio di Siena

 

 

 

 

 





 
Le Fonti di Siena

Fonte Nuova d'Ovile, Siena, carta postale 1927

Fonte Nuova d'Ovile, Siena, carta postale 1927 [1]

 

Toacana ] Galleria di immagini  
     
   
Le fonti maggiori di Siena | Fonte Nuova d'Ovile, een kleine geschiedenis

   
   

Siena werd gebouwd op de top van drie heuvels. De stad was zo beter verdedigbaar tegen vijandelijke aanvallen, maar lag ver weg van grote rivieren. De rivieren rond Siena liggen ofwel op grote afstand (de Merse, Elsa of Ombrone) of hadden wanneer ze dichterbij lagen op bepaalde tijden van het jaar een zeer laag debiet (de Arbia, Tressa of Staggia).

Het belang van water is voor de mens is altijd van fundamenteel belang geweest, vooral in de middeleeuwen omdat de toepassingen in de nijverheid heel ruim en gevarieerd waren. Water werd ambachtelijke gebruikt om tarwe te malen, leer en huiden te bewerken, om wol te vervilten en later voor de productie van papier. In de 14e-15e eeuw ontstonden in de omgeving van de Fonte Nuova ambachtelijke activiteiten, zoals een slachthuis voor vleesverwerking en een leerlooierij voor leerverwerking.

 

SienaFontenuova2.jpg

Fonte Nuova d'Ovile, Siena [1]

Een kleine geschiedenis


Fonte Nuova d'Ovile (zo genoemd om de bron te onderscheiden van Fonte d'Ovile, die net buiten de gelijknamige stadspoort ligt) werd ontworpen door Camaino di Crescentino en Sozzo di Rustichino tegen het einde van de 13e eeuw (tussen 1295 en 1298). Het gebouw werd voltooid in 1303.

Camaino di Crescentino was een architect en beeldhouwer, en vader van de bekende Tino di Camaino. Tussen 1299 en 1317 wordt hij in Siena gedocumenteerd als de capomaestro (bouwmeester) van de Duomo van Siena, die het bovenste deel van de façade creëerde. Tussen 1317 en 1325 bouwde hij de doopkapel van de Duomo, il Battistero di San Giovanni.

De plaats waar de Fonte Nuova d'Ovile zou gebouwd worden was erg belangrijk en werd gekozen door een commissie waar ook de beroemde Giovanni Pisano en Duccio di Buoninsegna deel van uitmaakten. In het geval van een belegering zou de bron binnen de muren liggen.

De bron, een van de meest illustere voorbeelden van de Sienese gotische architectuur, is volledig gebouwd in bakstenen, heeft twee spitsbogen aan de voorzijde en een aan de zijkant. De binnenruimte is verdeeld in twee grote bassins overdekt met kruisgewelven. Oorspronkelijk bestond de Fonte Nuova uit een enkel groot bassin [5].

De Sienese bronnen onderscheiden zich van de Griekse of Romeinse bronnen die uitsluitend voor voedseldoeleinden werden gebruikt, uit verschillende stralen bestonden en versierd. De Sienese bronnen onderscheiden zich door hun monumentaliteit. De wateropvangbassins van Siena dienden,meerdere doelen enwaren gekenmerkt door hun essentiële functionaliteit. De bronnen waren verdeeld in verschillende verzameltanks, meestal drie, die op verschillende hoogten gelegen waren. Het hoogste bassin ontving het "novawater" dat uit de muur stroomde, en vertegenwoordigde wat we vandaag stromende water zouden noemen. Het werd gebruikt als drinkwater en om te koken. De tweede tank werd gevoed door de "overloop" van de eerste en werd, omdat hij minder zuiver was, gebruikt om de dieren water te geven. In de derde, onderaan gelegen, kon kleding worden gewassen en de laatste overloop werd vaak gebruikt voor ambachtelijke doeleinden.

In 14e en 15e eeuw ontstonden er ook in de omgeving van Fonte Niova ambachtelijke activiteiten, zoals een slachthuis voor vleesverwerking en een leerlooierij voor leerverwerking. De constructie van een bottino om dezelfde waterader ook naar Fonte Gaia te leiden, resulteerde in een vermindering van de stroming en het debiet en zorgde daarmee voor de achteruitgang van de Fonte Nuova [2].

 

Bottini van Siena, een unieke ondergrondse wereld


De belangrijkste bronnen van Siena zijn Fonte Gaia, Fontebranda, Fonte d'Ovile, Fonte Nuova d'Ovile, Fonte di Follonica, Fonte del Casato en Fonte di Pescaia. Van alle Sienese bronnen is Fontebranda de oudste, die al in 1081 in documenten wordt vermeld.

De bottini vormen een netwerk van ondergrondse aquaducten die de historische bronnen van de stad met water voeden. De naam bottini wordt voor het eerst gebruikt in 1226 [3] en is afgeleid van het Latijnse buctinus, een term die werd gebruikt om de tongewelven van de ondergrondse galerijen aan te duiden.

Het unieke oude watervoorzieningssysteem strek zich met hoofdtakken (maestri) en afleidingen (rami) uit over ongeveer 25 kilometer en vertegenwoordigt een fundamenteel element uit de geschiedenis en cultuur van de stad. De bronnen en bottini van Siena waren eeuwenlang de enige vorm van watertoevoer [6], tot een bron in Vivo d'Orcia op de Monte Amiata het waterprobleem van Siena voorgoed zou oplossen.

De twee belangrijkste rami of takken van de bottini worden Maestro genoemd en zijn gelegen op twee verschillende niveaus: de Maestro bottino van Fontebranda, die van Fontebecci en de tak van Chiarenna (ten noorden van Siena) water naar Fontebranda brengt en op aanzienlijke diepten stroomt, en de Maestro bottino van Fonte Gaia, die recenter is maar langer, en die Fonte Gaia op de Piazza del del Campo voedt. De overloop van deze bottino bevloeit ook andere bronnen op lagere hoogten (Casato, Pantaneto, S. Maurizio, S. Giusto).

 

Bottino van Fonte Nuova d'Ovile


Mappa bottini e fonti di Siena

Mappa bottini e fonti di Siena [1]

 

Fonte Nuova d'Ovile wordt gevoed door een onafhankelijke bottino die zich naar het noordwesten uitstrekt en de stadsmuren ondergronds verlaat. Vanaf Fonte Nuova ontwikkelt de bottino zich ondergronds over 807,5 meter (1006 meter met de zijtakken). De eerste 437 m zijn gemetseld, de overige meters gaan door gegraven grond en een rotsachtige ondergrond. In het slotgedeelte van de laatste 370 meter stroomt de bottino door een reeks rotsachtige gesteenten die getuigen,van een periode toen Siena, ongeveer drie miljoen jaar geleden, werd bezet door een grote lagune [9].

In de muren en het plafond zie je conglomeraten, fossielen, kalksteenformaties, enz. die getuigen van de oorsprong en ontwikkeling van dit gebied [4]. Fossiele lagen met kiezels, bruinkool op lagen witte mergel, evenals stalactieten, stalagmieten en andere kalksteenafzettingen, soms puur wit, soms geel of dieprood door de aanwezigheid van ijzeroxiden, geven de omgeving een unieke charme.

De bottini zijn niet afgesloten van de buitenwereld, er zijn meerdere luchtschachten in elke bottino, de zogenaamde smiraglio, (meervoud smiragli), soms ook wel occhio (meervoud occhi) genoemd[7]. In de occhio kon een steen uit de dichtgemetselde schacht verwijderd worden (het oog) om voor zuurstoftoevoer te zorgen tijdens de aanleg van de bottino en later tijdens onderhoudswerken. Langs de smarigli die een deksel hadden kon ook vuil of bouwmateriaal doorgegeven worden.

Langs de bottino di Fontenuova werden ook verluchtingsschachten gebouwd die voor voldoende zuurstof zorgden onder de gemetselde gewelven.


Condotto d'aria (smiraglio) del bottino Fontenuova dei Bottini di Siena

Luchtkanaal (smiraglio) van de bottini Fontenuova, tussen Porta Camollia en de Barriera San Lorenzo (Le Lupe) aan de buitenzijde van de noordelijke stadsmuren van Siena [1]

 

Fonte Nuova d'Ovile | Bottini Fontenuova


De nog werkende bottino is op afspraak te bezoeken: hij is 610 meter lang en ontwikkelt zich volledig binnen de stadsmuren.

Comune di Siena | Strutture Museali - Bottini

Bottino di Fontenuova | In deze sectie vind je alle informatie die je nodig hebt om een bezoek aan de Bottini Fontenuova te boeken. Reken op lange wachttijden, dus boek tijdig.

INFO E PRENOTAZIONI

La prenotazione è obbligatoria e si può effettuare  telefonando ai numeri: 0577 / 292614/5, dal lunedì al venerdì dalle ore 9.00 alle ore 13.30 oppure inviando un’email a ticket@comune.siena.it (indicando la data, il numero dei partecipanti e recapito telefonico).

Aankoop biljet Musei Civici di Siena | Acquista Bottino Fontenuova


   
   

Mappa Fonte Nuova d'Ovile, Siena | Ingrandire mappa

 


 
   

 

Galleria fotografica Siena

Fonti e fontane di Siena | Galleria fotografica Fonte Nuova d'Ovile



   
Le fonti di Siena e i loro aquedotti, note storiche dalle origini fino al MDLV (1906) (14754351326)   Le fonti di Siena e i loro aquedotti, note storiche dalle origini fino al MDLV (1906) (14777358335)   Le fonti di Siena e i loro aquedotti, note storiche dalle origini fino al MDLV (1906) (14590648140)

Fonte Nuova

 

Fonte Nuova

 

 

Fonte Nuova

Fonte Nuova, Via Pian d’Ovile, Contrada della Lupa, Terzo di Camollia, Siena   442SienaFonteNuova   Fonte Nuova di notte, 01

Fonte Nuova, Via Pian d’Ovile, Contrada della Lupa, Terzo di Camollia, Siena

 

 

Fonte Nuova

 

Fonte Nuova di notte

 

         
       

Fabio Bargagli Petrucci: Le fonti di Siena e i loro aquedotti, note storiche dalle origini fino al MDLV. Siena 1906 (Onlin uitgave door archive.org, PDF)

Le fonti di Siena e i loro aquedotti, note storiche dalle origini fino al MDLV, 1906 | Galleria fotografica

Page on Open Library | Web | pdf | epub

Full text of "Le fonti di Siena e i loro aquedotti, note storiche dalle origini fino al MDLV"

Ilaria Bichi Ruspoli (a cura di Luca Betti), Le vie dell’acqua: bottini e fonti, 2018, Betti Editrice, Siena

L'acqua del Vivo d'Orcia, l'acquedotto di Siena | www.lamiaterradisiena.it

Mooie documentatie over de aanleg van de acquedotto del Vivo  tussen Vivo d'Orcia (Monte Amiata) en Siena. Tweehonderd arbeiders werkten decennialang aan de aaleg van dit aquaduct. Lees ook meer hier.

Urban trekking in Toscane | Porto Camollia - Fonte Nuova d'Ovile

 

Bibliografia:

Bargagli Petrucci F., Le Fonti di Siena e i loro acquedotti, 1906.

Serino V. (a cura di), Siena e l’acqua: storia e immagini di una città e delle sue fonti, Siena, Nuova Immagine Editrice, 1998.

Valenti M. e Tronti C. (a cura di), La fonte di Follonica e le fonti medievali di Siena [Risorsa elettronica], Siena, 2004.

Duccio Balestracci, Laura Vigni, Armando Constantini: La memoria dell’Acqua. I bottini di Siena. Protagon Editori, Siena 2006

Acquedotto del Fiora/La Diana (Hrsg.); Benedetto Bargagli Petrucci, Giacomo Luchini, Luca Luchini, Laura Vigni, Giacomo Zanibelli: Acqua per la città. Nel centenario dell’acquedotto del Vivo. Una tormentata avventura senese fra XIX e XX secolo. Tipografia senese, Siena 2014

 

 

Ilaria Bichi Ruspoli (published by Luca Betti), Streets of Water: Bottini and Fountains, 2018, Betti Editrice, Siena

Ilaria Bichi Ruspoli (published by Luca Betti), Streets of Water: Bottini and Fountains, 2018, Betti Editrice, Siena

 

[1] Photo by LigaDue,  licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license
[2] Fonte: I Bottini e le Fonti la rete di approvigionamento idrico di Siena | www.lamiaterradisiena.it
[3] Giacomo Luchini, I Bottini di Siena, una rete sotterranea per catturare l’acqua. Un’opera di ingegneria medievale, ARCHEOLOGIA SOTTERRANEA n. 4 | aprile | 2011
[4] Bron: Bottino di Fontenuova | www.ladianasiena.it
[5] Aanvankelijk had het één bassin, maar in de negentiende eeuw werd het opgedeeld en werd het washuis gebouwd. Het is onlangs gerestaureerd met bakstenen, waarbij oude technieken en gereedschappen gebruikt werden (zoals het gebruik van "cocciopesto", dat wil zeggen gebroken kalk en baksteen, om het bassin waterdicht te maken).
Bron : Bottini medievali senesi | L'antica rete idrica di Siena | www.bottinimedievalisenesi.it
[6] Op 4 januari 1899 tekenden Carlo Cervini en zijn zonen Leopoldo en Alessandro het contract van de gedeeltelijke verkoop van de bron, zodat het water van de bron op Monte Amiata (de sorgente dell'Ermicciolo in Vivo’Orcia) naar de stad geleid kon worden, dankzij de bouw van een nieuwe aquaduct waarvan het distributienetwerk in 1918 werd voltooid.
[7] Duccio Balestracci, Laura Vigni, Armando Constantini: La memoria dell’Acqua. I bottini di Siena. Protagon Editori, Siena 2006, p 58, 62.
[8] Antonio Maria Baldi: Gli antichi bottini senesi. In: Leonardo Lombardi, Gioacchino Lena, Giulio Pazzagli (Hrsg.): Tecnica di idraulica antica. Geologia dell’Ambiente, Supplemento al numero 4/2006 (Periodico della SIGEA, Società Italiana di Geologia Ambientale), Rom 2006 (Onlineausgabe, PDF)
[9] Comune di Siena, Santa Maria della Scala, Associazione La Diana (Hrsg.): A ritrovar la Diana. S. 94–100